weblog Karin van der Burgt

Maidenspeech

20 april 2010

 
Na een spannend en positief coalitieproces was gisteren het moment van mijn maidenspeech in de Raad. Niet over een van de inhoudelijke dossiers die om een raadsbesluit vragen, maar over een persoon: Michiel Uitdehaag.
Dit is wat ik heb gezegd:

Geachte voorzitter, collega raadsleden en andere aanwezigen,

D66 heeft Michiel Uitdehaag voorgedragen als wethouder voor de portefeuille Ruimte, Wonen en Bereikbaarheid.

Belangrijkste redenen zijn uiteraard dat ik daardoor fractievoorzitter kan worden en dat Ger Parlevliet kan bewijzen dat mensen van 65plus nog lang niet afgeschreven zijn.
Want zeg nou zelf, wie Michiel Uitdehaag de afgelopen vier jaar in de Raad heeft meegemaakt, kent zijn impulsieve kwajongenskant. En of dat nou kernkwaliteiten zijn voor een wethouder? Mwah.

Zonder gekheid, D66 is ervan overtuigd dat Michiel Uitdehaag zal laten zien dat hij een prima wethouder is.
Hij heeft een groot verantwoordelijkheidsgevoel, is toegankelijk, optimistisch, en niet te beroerd zijn fouten te erkennen. Bovendien heeft hij een brede blik, een scherp politiek inzicht en is hij snel thuis in dossiers.

En niet te vergeten, ook het feit dat hij niet zo veel spierballen heeft, is in dit geval een voordeel. Die eigenschap maakt de kans op een vechtcollege meteen een stuk kleiner.

Kortom, D66 heeft alle vertrouwen in Michiel Uitdehaag als wethouder.
Dank u wel voor uw aandacht.

Nog een beetje natrillend (had verwacht dat de zenuwen weg zouden zijn na al die onderhandelingen in het openbaar, maar helaas) ging ik terug naar mijn plek. Michiel keek me aan en zei alleen maar “boef”. Vlak daarna werd hij geïnstalleerd als wethouder.
Bedankt Michiel, de toon voor het dualisme is gezet! :-)

 

Wie vertegenwoordigen de ouderenorganisaties?

24 februari 2010

 

Volop debatten in deze verkiezingstijd. Onze lijsttrekker Michiel hoeft zich niet te vervelen.
Bijna alle debatten vinden ’s avonds plaats, maar niet het debat van gisteren, georganiseerd door het Coördinatieorgaan Samenwerkende Wageningse Ouderenorganisaties (CSWO). Eindelijk gelegenheid een debat bij te wonen voor mensen die normaal gesproken ’s avonds werken, al ben ik bang dat niet de reden is waarom dit debat in de middag werd gehouden….

Zelf kon ik er gisteren vanwege mijn werk niet bij zijn. Niet zo erg, want ik behoor niet tot de doelgroep van de ouderenorganisaties; ben nog geen 50 namelijk. Maar wat ik wel erg vind, is dat alle activiteiten voor senioren die door de bij de CSWO aangesloten ouderenorganisaties (ANBO, KBO, PCOB) worden georganiseerd als vanzelfsprekend overdag plaatsvinden. Blijkbaar vanuit de veronderstelling dat het heel normaal is dat je als 50plusser niet meer actief bent op de arbeidsmarkt.
Ook gezien de activiteiten en speerpunten lijkt het er op dat de ouderenorganisaties in de praktijk voornamelijk senioren vertegenwoordigen die niet (meer) werkzaam zijn. Daarmee wordt geen recht gedaan aan de diversiteit aan 50plussers als het gaat om vitaliteit, financiële draagkracht, werk, maatschappelijke participatie en dergelijke.
Bovendien wordt senior zijn dan al snel geassocieerd met hulpbehoevend zijn.

Ik ontken natuurlijk niet dat mensen naarmate ze ouder worden, meer ondersteuning nodig kunnen hebben, en dat activiteiten overdag meer kleur aan het leven kunnen geven, maar laten we mensen alsjeblieft niet over die ene kam scheren die een heleboel senioren niet past.
Mede daarom is D66 geen voorstander van doelgroepenbeleid.

Als ik raadslid voor D66 word, zal ik me sterk maken voor goede voorzieningen en ondersteuning voor alle mensen die dat nodig hebben. Wat de oorzaak is (lichamelijke, geestelijke of verstandelijke beperkingen, ouderdomsgebreken, moeilijke omstandigheden) doet er niet toe, wel dat mensen de kans krijgen zichzelf zo goed mogelijk te kunnen redden en mee te kunnen (blijven) doen!

 

Zichtbare kloof?

21 januari 2010


De kloof tussen de Wageningse politiek en de bevolking. Dat was gisteren het thema van de derde debatavond van dit seizoen, georganiseerd door de Gelderlander en de bblthk. Dit keer waren CDA, SP en GroenLinks aan de beurt.

 

In de Gelderlander van vandaag staat een aardige weergave van het debat (zie http://tinyurl.com/yhwtxa5) dus die ga ik hier niet herhalen.
Ik beperk me tot wat er voor de start van het debat gebeurde.

 

In plaats van de vertegenwoordigers van de politieke partijen voor te stellen aan het publiek, liep debatleider Arnold Winkel met microfoon de publiekstribune op en vroeg aan iemand of zij een of meer van de politici aan tafel herkende. Zij antwoordde dat zij alleen de vrouw aan tafel bij naam kende (Lara de Brito). Na dit antwoord maakte Arnold Winkel de volgende opmerking: “Eens kijken of ik nog iemand kan vinden die er niet uitziet als een politicus.” en liep vervolgens doelgericht op iemand af. Bleek inderdaad geen politicus te zijn.

 

Knap gezien van Arnold. Of zou voor politici soms hetzelfde gelden als voor de hondenbezitter die op den duur op zijn hond schijnt te gaan lijken? Ik zal het hem toch eens vragen.

 

 

Doel heiligt de middelen?

15 januari 2010

 

Waar het in de politiek vooral om zou moeten gaan, is dat mensen in Wageningen zich gehoord en gezien voelen, waar voor hun geld krijgen en dat de politiek daadkracht toont. Daarvoor is nodig dat politici bereid zijn tot samenwerking, elkaar dingen gunnen, met elkaar door een deur kunnen, ondanks inhoudelijke verschillen.
Het is, zeker in verkiezingstijd, verleidelijk om elkaar vliegen af te vangen, op elkaar af te geven, alleen de nadruk te leggen op de verschillen tussen partijen, en de overeenkomsten te vergeten. Voor de kiezer die bereid is zich te verdiepen in standpunten zijn die verschillen natuurlijk ook belangrijk om te weten.

Eind deze maand gaat het Wageningse KiesKompas online. Met een dertigtal stellingen die de kiezer een beeld moeten geven welke partij het meest in de buurt komt van zijn/haar eigen standpunten.
De stellingen gaan, en dat is begrijpelijk, vooral over concrete onderwerpen, maar gaan voorbij aan wat volgens mij misschien wel het meest opvallende verschil is tussen de partijen in Wageningen: of je je als partij vooral laat leiden door het te bereiken doel of dat je je bij voorbaat vast wilt leggen op het in te zetten middel. Zo zag ik bijvoorbeeld dat, als het om het belang van duurzame energievoorziening gaat, GroenLinks in haar verkiezingsprogramma de plaatsing van windmolens als eerste noemt, terwijl onze primaire insteek is dat je je niet moet vastleggen op een bepaalde techniek, maar het doel centraal moet stellen. Zodat steeds optimaal gebruik gemaakt kan worden van de nieuwste innovatieve technieken op het terrein van duurzame energievoorziening.
Iets vergelijkbaars speelt bij de Stadspartij. Veel van de maatregelen die zij voorstellen in hun verkiezingsprogramma gaan over het creëren van functies: een citymanager, een horecamanager, een adviespunt.
Dat kunnen op zich prima maatregelen zijn, maar het risico bestaat dat ze een doel op zich worden.

Het voordeel van concrete maatregelen is, en ook wij noemen er een aantal in ons programma, dat kiezers zich er een duidelijk beeld van kunnen vormen, en dat voor de Raad gemakkelijk te controleren is of ze zijn bereikt.
Maar het nadeel is dat we problemen en doelen te instrumenteel benaderen. Zoals dat onlangs nog bij het re-integratiebeleid dreigde te gebeuren. Daar lag het voorstel om een bepaalde aanpak (Werk Werkt) structureel in te voeren, zonder dat we als Raad goed zicht hebben op wat nu voor Wageningen nodig is voor effectief re-integratiebeleid. Effectief in de zin van dat mensen ook de kans krijgen structureel uit de bijstand te komen.
Gelukkig hebben we, als het om het re-integratiebeleid gaat, dit tij kunnen keren met een amendement van GroenLinks en D66 dat vervolgens de steun kreeg van Stadspartij, VVD, SP en ChristenUnie.
Dankzij dit amendement wordt Werk Werkt nu slechts voor een jaar verlengd. Reken maar dat wij die periode willen benutten om tot een beter onderbouwd re-integratiebeleid te komen dat recht doet aan de grote verschillen tussen mensen als het gaat om wat zij nodig hebben om duurzaam aan het werk te komen. Op basis van dat beleid kunnen we dan beoordelen of structureel doorgaan met Werk Werkt de moeite waard is en/of welke andere werkwijzen nodig zijn.

Dat een meerderheid van de Raad instemde met een amendement dat oproept om zaken wat fundamenteler en wat minder instrumenteel te bekijken vind ik hoopgevend! Want uiteindelijk zijn het mensen, en niet een verkiezingsprogramma of een KiesKompas, die bepalen wat er in Wageningen gebeurt.

 

Ik ben er weer!

7 januari 2010

 

Bij het overzetten van de inhoud naar de nieuwe site werd ik geconfronteerd met het feit dat ik een half jaar geleden mijn laatste bijdrage aan deze weblog leverde….
Ai, pijnlijk, en de verleiding om allerlei excuses en redenen aan te voeren is groot, maar ik houd me in. Nu, met de lancering van de vernieuwde site, pak ik de draad gewoon weer op.
Bovendien volgt Rianne van de Ven mij op als webmaster, dus de tijd die ik daarmee kwijt was, kan ik voortaan mooi aan het schrijven van, verrassende, pakkende, confronterende en inspirerende weblogs besteden (ahum).

Maar allereerst wil ik alle leden van D66 bedanken die op mij hebben gestemd waardoor ik nu als nummer 2 op de kandidatenlijst sta.

Geweldig vind ik dat!

Ik heb me de afgelopen twee jaar met toenemend plezier en gedrevenheid ingezet als lid van de steunfractie, als commissielid, als webmaster, als mede-auteur van het verkiezingsprogramma en vooruit, ook als tribunevulling bij de Raadsvergaderingen en mee napraten in de kroeg. Zonder uitzondering leerzame ervaringen. Ook tijdrovend trouwens, maar dat heb ik er graag voor over.

 

Voordeel is denk ik dat ik door al die activiteiten, inmiddels een goed beeld heb van wat het Raadswerk inhoudt, en ook dat ik al aardig wat mensen ken en zij mij. Maar het heeft me vooral gescherpt in wat ik voor Wageningen zou willen bereiken. Meer daarover in mijn volgende weblog. Uiterlijk volgende week. Beloofd!


 



Hoezo demissionair?

28 juni 2009

 

Afgelopen donderdag, ruim drie weken na de raadsvergadering waarin alle wethouders aangaven dat zij de motie van wantrouwen gericht tegen Henk Slegten beschouwden als een motie van wantrouwen tegen het hele College, ontving de Raad een brief over de huidige status van het College en de wijze waarop zij daarmee omgaan.

 

Wat blijkt, het College is nog helemaal niet demissionair!
Voor de vier wethouders die hun portefeuille vrijwillig ter beschikking hebben gesteld, geldt namelijk dat het ontslag pas ingaat uiterlijk één maand na een schriftelijke mededeling hiervan aan de gemeenteraad. Zo is het geregeld in de Gemeentewet.
“De wethouders hebben, in afwachting van de voortgang en uitkomsten van het politiek beraad, gemeend hun ontslagbrief vooralsnog niet aan de gemeenteraad aan te bieden”, staat in de bewuste brief.

Toch horen we al sinds het ontslag van Henk Slegten, want dat is wel geformaliseerd, dat een aantal belangrijke zaken nu niet behandeld kan worden, met als enige reden dat het College demissionair is. Dat klopt dus niet!
We hadden dus gewoon de Kadernota kunnen behandelen in plaats van veel tijd steken in oplossingen voor een nog niet bestaand probleem.

Maar goed, nu de situatie zo ligt, heeft die ook een voordeel. Niet ontslagen wethouders kunnen gewoon door met hun werk en hoeven niet opnieuw benoemd te worden.
Dus ik zou zeggen, zo snel mogelijk weer allemaal aan de slag met de zaken waarvoor dit College is aangesteld. Deze soap heeft nu echt lang genoeg geduurd!


 



Stad moet bestuurd blijven!

14 juni 2009

 

Afgaande op de vele berichtgeving over het aftreden van wethouder Slegten lijkt zijn aftreden alleen het directe gevolg te zijn van het feit dat Slegten niet bereid was om het raadsbesluit uit te voeren waarin is bepaald dat maatregelen in het kader van het minimabeleid voortaan gelden voor mensen met maximaal 120% van het sociaal minimum, en in specifieke situaties voor mensen met maximaal 130%, waar het voorheen de groep tot 110% betrof.
Voor ons als D66 was er echter mee aan de hand.

Ons belangrijkste bezwaar bij de notitie Minimabeleid was dat geen uitvoering is gegeven aan de opdracht van de Raad om per maatregel inzicht te geven in de verhouding tussen uitvoeringskosten en wat echt ten goede komt aan de doelgroep.
Dat inzicht is nodig om als Raad goede afwegingen te kunnen maken.
Keer op keer hebben we hier vergeefs op aangedrongen.

Daarnaast vonden wij het niet terecht dat een belangrijk instrument om armoede te voorkomen, namelijk inzetten op duurzame uitstroom naar werk, niet was uitgewerkt naar concrete maatregelen en een inschatting van kosten-baten.
Eveneens in strijd met de opdracht die de Raad het College had meegegeven.

Tot slot vonden wij belangrijk om te weten of voor toekomstig minimabeleid (de notitie gaat over 2009-2010) de voorliggende notitie of de eerder door de Raad vastgestelde kaders als uitgangspunt zou gelden.
De wethouder gaf als antwoord dat dit voor beide documenten geldt. Dit antwoord accepteren als Raad zou betekenen dat het College naar believen kan shoppen uit beide documenten, terwijl die op onderdelen tegenstrijdig zijn.

Al met al reden genoeg voor ons om mee te gaan met het amendement om de grens te verhogen naar 120%, immers een raadsbesluit, maar om tegen de notitie te stemmen.
Toen de wethouder vervolgens aangaf dat hij niet direct tot uitvoering van het amendement wilde overgaan, was voor ons de maat vol en hebben we samen met GroenLinks en SP een motie van wantrouwen tegen wethouder Slegten ingediend.
Want als we dit hadden geaccepteerd als Raad, keuren we goed dat een College, als ze een raadsbesluit niet zien zitten, via slecht uitgewerkt beleid, alsnog kan bereiken dat een raadsbesluit niet wordt uitgevoerd.
Dat raakt de fundamenten van onze democratie.

Dat het College de motie van wantrouwen tegen Slegten vervolgens heeft opgevat als een motie van wantrouwen tegen het hele College, overigens pas nadat de motie was aangenomen met steun van Stadspartij en ChristenUnie, was niet wat wij beoogden. Sterker nog, wij vinden dit een onverantwoorde stap van het College, zeker in deze tijden van bezuinigingen. Wethouders die aftreden hebben namelijk recht op wachtgeld. Bovendien gaat er nu heel veel tijd zitten in het formeren van een nieuw bestuur, tijd die we niet kunnen besteden aan belangrijke politieke besluitvorming voor de stad.
Binnen de ontstane situatie zullen wij als D66 onze verantwoordelijkheid nemen en er alles aan doen om constructief mee te denken en te werken aan een oplossing.
Niet omdat we het altijd eens zijn met het huidige Collegebeleid, maar wel omdat de stad bestuurd moet blijven en we ons geen verspilling van (wacht)geld kunnen permitteren, heeft het onze voorkeur dat de vier wethouders waartegen geen motie van wantrouwen is ingediend, hun werk zo snel mogelijk hervatten.
Zodat de Raad ook weer haar werk kan doen: kaders stellen, controleren en initiatieven nemen.


 



Hoe serieus is de kadernota?

6 juni 2009

 

Eind juni vindt de raadsbehandeling plaats van de kadernota 2009.
Er valt veel over te zeggen, en dat zullen we ook zeker doen tijdens commissie- en raadsbehandeling, maar een ding wil ik er vast even uitlichten.

In de kadernota wordt uitgebreid ingegaan op de zaken waaraan volgens het College geld besteed moet (blijven) worden, maar de argumentatie voor de zaken die niet opgenomen worden, is zeer mager: “In de bijlage bij deze Kadernota zijn ten slotte diverse zaken vermeld die niet zijn opgenomen omdat ze niet realiseerbaar zijn binnen de huidige beschikbare middelen”.

Laten de niet-opgenomen zaken nou net voor een belangrijk deel zaken betreffen waarvoor een meerderheid van de Raad zich het afgelopen jaar sterk heeft gemaakt. Denk aan de opvang van Nieuwe Wetters en de aanleg van kunstgrasvelden. Waarom meent het College hier zomaar aan voorbij te mogen gaan en niet eens inzicht te geven in de afwegingen?

Waarom bijvoorbeeld niet kritisch gekeken naar al die plannenmakerij die maar niet verder komt maar ondertussen ontzettend veel geld aan ambtelijke inzet en externe inhuur blijft kosten? Plannen die steeds opnieuw aangepast worden, zonder zicht op financiële haalbaarheid (bijvoorbeeld Plantsoen-Gerdesstraat) of zonder rekening te houden met ontwikkelingen als Natura 2000 (bijvoorbeeld Haven). Michiel verwoordde dat al eens in zijn weblog.
Stoppen met het eindeloos aanpassen van een van die plannen, en pas weer oppakken als er echt garantie op haalbaarheid is, en we hebben voorlopig genoeg geld om alle nu niet opgenomen zaken wel te realiseren.

Of is er iets anders aan de hand?
Ik vind het wel zeer opvallend dat de niet opgenomen zaken voor een deel stokpaardjes zijn van een of meer coalitiepartijen. Wordt hier een spelletje gespeeld en zijn er door de coalitiepartijen allang oplossingen bedacht om de niet-opgenomen zaken te bekostigen, maar is dat in de kadernota nog niet gebeurd, omdat de coalitiepartijen zich dan ieder voor zich minder kunnen profileren richting burgers en pers?

Het artikel in de Veluwepost van 5 juni waarin de Partij van de Arbeid pleit voor de kunstgrasvelden en gelden voor Nieuwe Wetters bevestigt mijn vermoeden. Al herinner ik me overigens dat het met name de VVD en de Stadspartij waren die zich sterk hebben gemaakt voor de kunstgrasvelden.
Of is het wisselgeld en mag de Stadspartij scoren met Lokale Omroep Wageningen en het CDA met de financiering van het 750 jarig bestaan van Wageningen?

Ik hoop dat ik ongelijk heb en dat mijn fantasie op hol is geslagen. Nog een paar weken geduld en dan zullen we het weten.



Mooie vrouw zet verstand man op slot

5 juni 2009

 

Nadat ik al het nieuws in de Gelderlander over de uitslag van de Europese verkiezingen had gelezen (Wat hebben we een geweldig resultaat bereikt!), viel mijn oog op de volgende kop: “ Mooie vrouw zet verstand man op slot”.

In het bijbehorende artikel staat dat onderzoekers van de Radboud Universiteit hebben aangetoond dat het verstand van mannen tijdelijk op slot gaat als er een mooie vrouw in de buurt is.
De onderzoekers verklaren dat vanuit de beperkte hersencapaciteit van mensen. Als er een mooie vrouw in de buurt is, hebben mannen een deel van hun hersencapaciteit nodig om –bewust of onbewust- indruk te maken op die mooie vrouw. Dat deel kan dan niet meer voor iets anders worden gebruikt.

Zou het voor vrouwen ook zo gelden als er een mooie man in de buurt is? En hoe zit het dan bij homoseksuele en biseksuele mannen en vrouwen?
Nog wat verder doorredenerend, wat betekent dit voor de politiek?

Persoonlijk vind ik het belangrijk dat mensen hun gevoel maar ook hun verstand gebruiken als ze gaan stemmen. Dus als de onderzoekers gelijk hebben, mogen we hopen dat de PVV niet te veel mooie mensen aan zich weet te binden.

En wat betekent het voor ons? Mooie mensen op de lijst zetten en zo de kans vergroten dat we veel kiezers trekken, dus ook kiezers die onze standpunten niet delen, en alleen voor het plaatje gaan? Of minder mooie mensen, omdat we het belangrijk vinden dat mensen blijven nadenken?

Laten wij maar gewoon ons volledige verstand gebruiken en voor goede kandidaten gaan. Mooi of niet mooi.



Wachten op een toekomst die niet komt

30 mei 2009

 

De invoering van deeltijd-WW is een van de maatregelen om bedrijven te ondersteunen die last hebben van de economische recessie.
Al bij de eerste presentatie van deze maatregel had ik er een dubbel gevoel over, maar ik kon er niet precies de vinger op leggen.
Vandaag heeft Frank Kalshoven mij daarbij geholpen.

In zijn column “Het spel en de knikkers” in de Volkskrant stelt hij dat deeltijd-WW bij teruglopende omzetten de zwakste schakels in een branche overeind houdt. Hierdoor kunnen ook de wat sterkere bedrijven in de problemen komen. Immers, de totale omzet in de branche neemt niet toe.
Bovendien gaat deeltijd-WW er ten onrechte van uit dat een branche na de crisis weer als vanouds wordt. Kalshoven verwoordt dat als volgt: “Lief arbeidsmarktbeleid gaat uit van de fictie dat de economie er na de crisis net zo uitziet (zelfde sectoren met dezelfde ondernemingen et dezelfde banen voor dezelfde werknemers) als voor de crisis. Dat is een denkfout: crises zijn juist tijden van verandering.”

Het lijkt zo sympathiek, maar in feite is deeltijd-WW een conservatieve maatregel, die innovatie en creativiteit, juist zo hard nodig in tijden van crisis en verandering, ontmoedigt. Zowel bij werkgevers als bij werknemers. Grote kans dat daardoor de problemen op termijn alleen maar groter worden.
Of zoals Frank Kalshoven het stelt: “Dan ga je zitten wachten op een toekomst die niet komt”.



Hoe naïef kunnen we zijn?

29 mei 2009

 

Het pleidooi van Mark Rutte van de VVD om de wettelijke grenzen bij de vrijheid van meningsuiting te verruimen, heeft afgelopen week tot veel commotie geleid.
Ik kan persoonlijk tal van uitspraken bedenken die ik schokkend en verwerpelijk vind, maar het verbieden van dergelijke uitingen is naar mijn idee niets meer en niets minder dan symptoombestrijding.
Zijn we nou echt zo naïef om te denken dat als mensen niet mogen uiten wat ze vinden, ze daarmee ook van mening veranderen?

Ik ben het met Rutte eens dat we met elkaar moeten durven vertrouwen op de kracht van de meerderheid.
Als iemand een volgens velen verwerpelijke uitspraak doet, kunnen we daar met z’n bijna allen tegen ageren en proberen om iemand op andere gedachten te brengen.
Maar als iemand die mening voor zich houdt of alleen ondergronds uitdraagt, kunnen we niks.



Allemaal dankzij de kredietcrisis!

21 mei 2009

 

Net terug van een avondje genieten in de Junushoff zitten de verhalen en grappen van cabaretier Javier Guzman nog vers in mijn hoofd.
Een van de rode draden in zijn voorstelling is angst. Angst in de ogen van het mooie meisje als een man haar niet wil versieren, angst voor een kinderfeestje als je niet populair bent, angst voor de kredietcrisis.

Over dat laatste zei Javier: “Hoeveel mensen hier in de zaal zouden echt alle ins en outs weten van de oorzaken en gevolgen van de kredietcrisis? Ik schat hooguit drie. En toch zijn we er bijna allemaal bang voor. Hoe kan dat toch? “ Zijn conclusie: het ligt aan de grote breedbeeldschermen die mensen nog steeds massaal blijven inslaan. "Daarop komt de kredietcrisis veel prominenter je woonkamer binnen.”
Ik weet het, mijn verwoording van de grap is veel minder leuk dan met beeld en geluid van Javier er bij, maar goed. Ieder zijn vak, nietwaar?
Maar hij heeft wel een punt wat mij betreft.

De laatste tijd lijkt bijna alles kritiekloos te worden opgehangen aan de kredietcrisis.
Mensen die massaal niet meer durven verhuizen vanwege de kredietcrisis bijvoorbeeld. Ook als er geen enkele aanwijzing is dat hun eigen financiële armslag gevaar loopt.
Maar ook successen die worden toegerekend aan de kredietcrisis in plaats van aan eigen daadkracht.

Zo las ik enkele dagen geleden in de Volkskrant: “In de stadsregio Arnhem Nijmegen zijn de afgelopen jaren duizenden goedkope woningen gebouwd voor gezinnen. Met dank aan de crisis”.
Mag ik er even aan herinneren dat het nog maar ruim een half jaar geleden is dat de kredietcrisis ook in Nederland ging spelen?

Dergelijke voorbeelden staan voor mij symbool voor een sentiment en een ontwikkeling die ons afleiden van onze eigen verantwoordelijkheid, kracht en creativiteit.
Als daar passiviteit en gelatenheid voor in de plaats komen, wordt het pas echt crisis!



Digitale dienstverlening

5 april 2009

 

Sinds gisteren heb ik weer een hond. Een superenthousiaste lieve labradorkruising van 4 jaar oud.
Brave burger als ik ben, heb ik haar meteen gemeld voor de hondenbelasting. Ik had me voorbereid op ingewikkelde formulieren, printen, of zelfs een bezoek aan het stadhuis, maar het bleek kinderlijk eenvoudig.
Met mijn DigiD kon ik inloggen op de site van gemeente en hoefde ik alleen mijn contactgegevens en de aanvangdatum voor de hondenbelasting in te vullen. Direct daarna kreeg ik een bevestiging per e-mail, met de vriendelijke groeten van de gemeente.
Ik geloof dat ik er in totaal een paar minuten mee zoet mee was, inclusief meermalig trial-error van mijn DigiD wachtwoord (ik denk altijd ten onrechte dat ik al die wachtwoorden wel onthoud).

Waarom ik hier zo verbaasd over ben?
Vorig jaar rond deze tijd bezocht ik een themabijeenkomst voor de gemeenteraad over digitale dienstverlening.
Wat mij die avond vooral opviel, is dat er behoorlijk ingewikkeld werd gedaan over digitale dienstverlening. Er gingen allerlei definities, modellen, referentiegegevens en streefdoelen over tafel. Er was zelfs een lijvig rapport over geschreven.

Voor mij is digitale dienstverlening niet meer en niet minder dan dienstverlening met behulp van computers en internet. Niet bedoeld als volledige vervanging van andere vormen van dienstverlening (telefonisch, baliecontact, bijeenkomsten) maar een prima aanvulling daarop.
Mijn pleidooi was dan ook om het niet zo ingewikkeld en ambitieus te maken en er gewoon stap voor stap voor te zorgen dat vragen, vergunningen, meldingen, inzien van bestemmingsplannen en dergelijke meer en meer ook via de website van de gemeente kunnen verlopen.

Ik ga binnenkort maar eens proberen of een vergunning aanvragen ook zo eenvoudig gaat.
Wordt vervolgd!



Vuurvliegjes

7 januari 2009

 

Op mijn negentiende verjaardag, dus nog niet zo lang geleden J, kreeg ik van een vriendin een boekje met uitspraken van Tagore. Twee uitspraken zijn me altijd bijgebleven: “Je kunt niet voorkomen dat de kraaien om je hoofd vliegen, maar wel dat ze in je haren nestelen”. En mijn favoriet: “Sterren zijn niet bang vuurvliegjes te lijken”.

De uitspraak over de kraaien vind ik nog steeds zeer treffend. Niet vreemd voor iemand die nogal allergisch is voor slachtoffergedrag.

Met mijn favoriet over sterren en vuurvliegjes heb ik het de laatste tijd wat moeilijker. Ik heb nog steeds veel meer waardering voor mensen die gewoon goede dingen doen zonder zichzelf daarvoor op de borst te kloppen dan voor mensen die niet nalaten hun successen te noemen of zelfs toe te eigenen, maar binnen de politiek lijkt het toch wat anders te werken.

Ik heb het afgelopen jaar een paar keer ervaren dat je als politieke partij ontzettend moet oppassen dat anderen er niet met je ideeën of voorstellen vandoor gaan en er in de pers goede sier mee maken. Persoonlijk vind ik dat eigenlijk niet zo erg, mits het helpt om tot draagvlak en uitvoering van die ideeën te komen. Niet voor niets werk ik al jarenlang met plezier als adviseur voor opdrachtgevers die mij inhuren om hun eigen organisatie of project beter uit de verf te laten komen.

Het gekke is dat veel mensen denken dat een rol buiten de schijnwerpers alleen geschikt is voor wie geen verantwoordelijkheid durft te nemen of onzeker is. Volgens mij heb je juist veel zelfvertrouwen nodig om anderen te durven laten schitteren.

Maar of achterban en kiezers zich aangesproken voelen door iemand die zich niet nadrukkelijk laat zien en laat horen? Ik denk eerlijk gezegd van niet. Dus wie echt een rol van betekenis wil spelen in de politiek, zal ook voor het voetlicht moeten treden. Toch maar eens op zoek naar een andere favoriete uitspraak…..



Verplichte meditatie

29 december 2008

 

Met de start van mijn bedrijf, nu ruim acht jaar geleden, heb ik CAO ingeruild voor zelfbedachte arbeidsvoorwaarden, en mijn kantoorplek in Utrecht voor een werkkamer thuis. Ik vind het heerlijk om vanuit huis te kunnen werken in plaats van eerst een uur reizen om ergens in een desolaat kantorenpark achter mijn zelfmeegebrachte laptopje te mogen gaan zitten. Ook de zelfbedachte arbeidsvoorwaarden bevallen me prima.

Onlangs was ik me weer extra bewust hoe fijn het is als je zelf mag bepalen waar de grens tussen privé en werk ligt. Aanleiding was het volgende bericht op de website van CNV Publieke Zaak: “Bestuurder Lizelotte Smits van CNV Publieke Zaak heeft meditatie als nieuwe arbeidsvoorwaarde geïntroduceerd bij de cao-onderhandelingen. Hiermee is CNV Publieke Zaak de eerste vakbond. Door te mediteren neemt volgens haar arbeidsproductiviteit toe, wordt het werkplezier verhoogd en daalt het ziekteverzuim. Het past heel goed bij het CNV-thema ‘plezier in je werk’. “

Het moet toch echt niet gekker worden. Begrijp me goed, ik heb niks tegen meditatie als zodanig, maar om het in een CAO als arbeidsvoorwaarde op te nemen gaat me echt veel te ver.
Hartstikke belangrijk dat mensen een goede balans vinden tussen inspanning en ontspanning, maar mogen werknemers alsjeblieft zelf bepalen of ze dat willen doen door meditatie of door sporten, wandelen, knutselen, spelletjes, uitgaan of wat dan ook?

Meditatie als arbeidsvoorwaarde betekent ook dat het tot de verantwoordelijkheid van de werkgever wordt gerekend om het te faciliteren tijdens werktijd. Aan meerdere CAO-tafels hebben vakbonden inmiddels voorgesteld om werknemers 20 minuten per dag de gelegenheid te geven om onder werktijd te mediteren. Daarbij worden werknemers verplicht om hiervoor eerst een training te volgen.
De werkgevers is voorgespiegeld dat ze er extra arbeidsproductiviteit en minder ziekteverzuim voor terug krijgen.
Of het gaat werken? Ik moet het nog zien. Voorlopig ben ik vooral blij dat ik zelf mag bepalen waarin ik mijn ontspanning zoek. In dit soort stukjes schrijven bijvoorbeeld…



Vragen staat vrij?

27 december 2008

 

Het is alweer een paar weken geleden dat ik de vergadering van het Presidium bezocht.
Het Presidium is de plek waar de fractievoorzitters onder leiding van de burgemeester met elkaar vergaderen over vooral procedurele zaken. Inhoudelijk is het niet altijd even boeiend maar ik vind het bezoeken van dit soort bijeenkomsten wel leerzaam voor het ontdekken van de politieke mores en hoe ik mezelf daar in zou (willen) opstellen als ik aan tafel zou zitten. Van observeren, luisteren, meemaken, verplaatsen en napraten leer ik persoonlijk nou eenmaal meer dan van cursussen en boeken.

Deze keer heb ik geleerd dat uitdrukkingen als “vragen staat vrij” en “er zijn geen foute vragen, alleen foute antwoorden” niet altijd opgaan.
Een van de agendapunten was namelijk een verzoek van het College om een Raadsvergadering te verzetten. Reden: er was een fout gemaakt door een Raadsvergadering te plannen op een avond dat de Colleges van de WERV-gemeenten (Wageningen, Ede, Rhenen en Veenendaal) met elkaar zouden gaan eten.
Er lagen twee opties voor: of de Raadsvergadering verzetten of door laten gaan maar dan zonder Collegeleden en onder leiding van de plaatsvervangend voorzitter van de Raad, raadslid Hans van der Hoeve.

Wat mij direct al bevreemdde was dat een derde optie ontbrak, namelijk dat het College het WERV-etentje zou verzetten. Ik was blijkbaar niet de enige. Desgevraagd gaf de burgemeester aan dat dit echter geen optie was omdat het WERV-etentje eerder was afgesproken en men om die reden niet om een andere datum wilde vragen.

Een eerlijk antwoord, dat wel, maar des te onbegrijpelijker waarom het College het dan geen probleem vond een dergelijke vraag wel aan de Raad te stellen. Want ook het hele Raadschema was al vastgesteld en bekend gemaakt. En juist voor de herkenbaarheid naar de burgers toe was gekozen voor de maandagavond als vaste vergaderavond.

Vanwege die herkenbaarheid koos het Presidium uiteindelijk voor de optie om de vergadering door te laten gaan op de geplande datum, dus zonder de Collegeleden.
Maar ik vind nog steeds dat de vraag niet gesteld had mogen worden.



Stedenband

12 oktober 2008

 

Dit weekend brachten bewoners uit Gödöllö, de stad in Hongarije waarmee we een stedenband hebben, voor de zestiende keer een bezoek aan Wageningen.
Ik blijf het een eigenaardig fenomeen vinden, zo’n stedenband. Een band heb je met mensen of met dieren, maar met een geografische eenheid?

Ik snap natuurlijk best dat er een band kan ontstaan tussen mensen uit Wageningen en Gödöllö als gevolg van het feit dat je elkaar met enige regelmaat ontmoet. Maar het heeft voor mijn gevoel toch iets gekunstelds. Ik heb bijvoorbeeld ook geen idee wat we nou eigenlijk willen bereiken en waarom we er gemeenschapsgeld in steken.

Op de site van de gemeente las ik het volgende: “De stedenband heeft in eerste instantie als doel de toenadering van Oost en West Europa te bevorderen.”
Kan iemand mij zeggen hoe ver we daarmee zijn? En wanneer we vinden dat die toenadering genoeg bevorderd is?

Gisteravond was in Hof van Wageningen het feest ter ere van het bezoek van de Gödöllö-ers.
Omdat ik toch wel nieuwsgierig was geworden, ben ik een kijkje gaan nemen. Aangekomen bij het gebouw was het daar toch druk! Net toen ik me een beetje begon te schamen voor mijn zure gedachten, ontdekte ik dat die drukte niks te maken had met het bezoek uit Hongarije, maar alles met de maandelijkse Swing Night.

De bijeenkomst van de stedenband vond in de kelder plaats. En alleen voor genodigden.
Gelukkig houd ik van dansen.



Oppassen geblazen!

4 oktober 2008

 

Het begon met een persbericht op maandagavond 22 september over het vertrek van Rien Bor bij de PvdA. Ik betrapte me erop dat het een extra reden werd om de volgende ochtend naar de manifestatie over Grensgevallen te gaan. Daar immers zou ik de nodige raads- en steunfractieleden treffen. En ik was nieuwsgierig wat zij van dit nieuws vonden.

Afgelopen week gebeurde het weer. Ik was al van plan om naar de bblthk te gaan voor de bijeenkomst over wonen voor senioren, maar vanwege het nieuws van de overstap van Rien Bor naar de Stadspartij ging ik net wat harder fietsen. Want die overstap zou vast het gesprek van de avond worden.

Nee dus, en dat is maar goed ook. Kwaliteit van wonen en het bestrijden van mensonwaardige bureaucratie zijn veel belangrijker dan interne politieke aangelegenheden.
Dat wist ik natuurlijk al, maar toch. Nog geen jaar actief in de Wageningse politiek en nu al besmet met het kaasstolpvirus. Erg hè?

Gelukkig heb ik het nu door. Maar het blijft oppassen geblazen. We kennen niet voor niets het gezegde met de strekking: waar je mee omgaat, word je mee besmet.*

* Officieel is het gezegde: “Wie met pek omgaat, wordt er mee besmet.” Maar ja, ik ga natuurlijk niet bij voorbaat mijn eigen politieke glazen ingooien.



Zo jong als je je voelt?

22 september 2008

 

Over zeven jaar is het zover. Dan mag ik op donderdagmiddag voor een prikkie een bioscoopje pikken in het Heerenstraattheater. En nog een paar jaar later kan ik op dinsdagochtend via een cursus kalligraferen in de Wielewaag van mijn slechte handschrift afkomen of aan mijn innerlijke ik werken, en de hele week tijdens kantooruren met korting sporten.

Over zeven jaar behoor ik namelijk tot een heuse doelgroep: de 50 plussers. Iets om tegenop te zien, zo lijkt het. Want blijkbaar ben ik tegen die tijd te arm om een gewoon bioscoopkaartje of sportabonnement te betalen. En niet veel later schijn je ineens nieuwe hobby’s nodig te hebben, om niet ten onder te gaan aan verveling.

Ik kan me er eerlijk gezegd niks bij voorstellen. Het zal wel mijn jeugdige naïviteit zijn, maar ik verwacht dat ik tot ver na mijn 60e gewoon aan het werk ben en dan nog steeds zou willen dat een dag meer uren telt. En waarom ik tegen die tijd, alleen als gevolg van mijn leeftijd, minder vermogend zou zijn dan nu, ontgaat me ook.

In feite geven we als samenleving heel dubbele signalen af. Aan de ene kant proberen we mensen te overtuigen langer aan het werk te blijven, aan de andere kant belonen we ze door ze vanaf hun 50e kortingen en een interessante dagbesteding te bieden als ze niet meer aan het werk zijn.

Ik vind het dan ook een gemiste kans dat de discussie over langer doorwerken bijna uitsluitend door en met arbeidsmarktpartijen wordt gevoerd.
Een maatregel als het flink verhogen van de leeftijdsgrens voor gesubsidieerde seniorenactiviteiten en –kortingen lijkt mij bijvoorbeeld een prima signaal.

Als je iedereen die ouder is dan 50 als behoeftig bestempelt, moet je niet verbaasd zijn als mensen zich ook zo gaan gedragen.



Het L-woord

22 augustus 2008

 

Echte politieke taboes zijn te herkennen aan het feit dat ze worden aangeduid met een letter. Denk maar aan het H-woord dat staat voor het afschaffen van de hypotheekrenteaftrek.

Tot mijn vreugde heb ik vanavond ontdekt dat binnen de Nederlandse politiek het L-woord niet bestaat. Dat biedt perspectief. Want als we L afschaffen, zijn de slachtoffers van dit systeem geen dief meer van hun portemonnee als ze trein boven file verkiezen, is er binnen de getroffen gezinnen weer gewoon overleg mogelijk over wat een praktisch, prettig en betaalbaar exemplaar is, en loont het eindelijk weer de moeite om die fietsband te plakken.

Ik heb het natuurlijk over de leaseauto. En dan vooral over het systeem van bijtelling voor wie de auto ook privé gebruikt. Daar gaat geen enkele stimulans van uit om de auto een keer te laten staan. Integendeel, ik denk dat veel mensen aan het eind van het jaar het gevoel willen hebben dat ze de bijtelling “eruit gehaald hebben”.

Een dergelijk systeem is behoorlijk tegenstrijdig met al die maatregelen om het brandstofgebruik juist te verminderen. En met de stijgende brandstofprijzen werkt het ook nog eens een groter verschil in koopkracht in de hand tussen mensen met en zonder leasebak.

Daar hadden we met elkaar toch allang iets slimmers voor kunnen bedenken? Of zou het H-woord niet alleen voor Hypotheekrenteaftrek staan, maar stiekem ook voor Heilige koe?



De groeten!

2 augustus 2008

 

Vanaf het moment dat ik in Wageningen kwam wonen, wist ik het: deze plaats past bij mij.
Groot genoeg om je eigen gang te kunnen gaan, klein genoeg om je verbonden mee te voelen. Binnen vijf minuten tussen veel mensen kunnen zijn en net zo snel rivier of bos bereiken.

Maar waardoor ik me misschien wel het meest thuis voel in Wageningen is dat zowat iedereen elkaar groet. Bekend of onbekend, oud of jong, bruin, geel, wit of rood, het maakt niet uit. Het is gedrag dat ik wel ken vanuit kleine dorpen, maar niet vanuit grotere plaatsen.

In het dorp waar ik ben opgegroeid, is elkaar groeten heel vanzelfsprekend. Die gewoonte nam ik mee toen ik als achttienjarige in Tilburg op kamers ging. De eerste paar weken groette ik iedereen die ik op straat tegenkwam. Slechts een enkeling groette terug. En in gezelschap kreeg ik door mijn gegroet al snel en vaak de vraag: ken je die dan? Het gevolg was dat ik me na een paar weken de kunst had eigen gemaakt hoe je zo nonchalant mogelijk iemand op het moment van passeren kunt negeren.

Na Tilburg heb ik vervolgens in Nijmegen, Oss, Uden en Rhenen gewoond en ontdekt dat groeten ook daar niet gangbaar (meer) is. Zelf had ik overigens de negeertechniek al lang weer losgelaten. Die levert niks op en vergt meer energie en concentratie dan iemand gewoon even groeten.

En toen dus Wageningen. Een onverwacht cadeautje. Al moet ik toegeven dat ik de eerste keren dat iemand groette dacht: ken ik die dan?

Bijzonder dat we dat groeten in Wageningen gewoon doen, zonder dat we daar iets met elkaar over hebben geregeld. Hoewel, misschien gebeurt het juist omdat er niks over is geregeld. Want zouden we elkaar nog net zo graag groeten als het in wetten en regels was vastgelegd? Ik denk eerlijk gezegd van niet.
Na de zomer ga ik zeker ook weer met die ogen naar de raadsvoorstellen kijken.



Waarom eigenlijk?

21 juli 2008

 

Afgelopen weekend vroeg iemand die me na is om in één zin te zeggen wat ik nu eigenlijk wil bereiken. Die vraag volgde nadat ik een zorgvuldig geformuleerde terugkoppeling had gegeven van mijn ervaringen in mijn eerste actieve halve jaar in de Wageningse politiek.

In eerste instantie wilde ik me er met een kwinkslag van af maken en daarmee wat tijd winnen om die zin te bedenken. In tweede instantie irriteerde de vraag me: hoezo moet dat in één zin kunnen en wie bepaalt dat? In derde instantie, zo na een seconde of tien, wist ik het antwoord: Ik wil bereiken dat mensen zich gehoord en gezien voelen en van daaruit op hun eigen kracht durven vertrouwen.
Dank je wel vragensteller.



Natuurlijke selectie?

19 juili 2008

 

Vorige week hoorde ik op de radio een klein stukje van een interview met programmamaker Bram van Splunteren. Het ging op dat moment over de relatiemarkt en dat die erg goed is voor hoogopgeleide empathische mannen. Gevolg is dat deze groep mannen in toenemende mate aan een tweede leg begint (vreselijke uitdrukking overigens) en dat de laagopgeleide man steeds minder aan bod komt. Volgens Van Splunteren is deze tendens zo sterk en zijn genetische factoren zo bepalend dat er over een paar generaties alleen nog maar hoogopgeleide mannen zijn.
Als ik hem goed heb begrepen, zouden we allemaal erg blij moeten zijn met een dergelijke natuurlijke selectie.

Nou, ik niet. Op dat invoelende heb ik weinig tegen, maar een samenleving met alleen maar hoogopgeleide mannen, daar moet ik niet aan denken. Hoogopgeleid verwijst in onze maatschappij namelijk vooral naar een hoog en abstract kennisniveau. Niet voor niets heet onze hoogste vorm van opleiden wetenschappelijk onderwijs, en niet bijvoorbeeld levenskunde.

Ik hoorde eens een hoogleraar Opleidingskunde zeggen: iemand kan alles van piano’s weten, maar dat is geen enkele garantie dat hij ook piano kan spelen. Bijna iedereen vindt dat een herkenbaar voorbeeld, maar op de een of andere manier zit die verheerlijking voor theorie en wetenschap zo diep, dat we er met elkaar geen consequenties aan verbinden. Ook die betreffende hoogleraar niet.

En toch kan ik geen enkele reden bedenken waarom theoretische kennis meer status zou moeten hebben dan praktische vaardigheden.
Ik ben bijvoorbeeld zo trots op een jongen in mijn omgeving die na een valse start binnen het HBO zijn hart en zijn timmermansoog heeft durven volgen en nu een MBO-opleiding volgt voor meubelmaker. Die jongen is afgelopen jaar helemaal opgebloeid. En dat niet alleen. Onlangs heeft hij zijn eerste grote opdracht met succes afgerond. Hij vertelde er met zoveel passie en plezier over, je zou er verliefd op worden.



Reclamebelasting geen goed idee

13 juli 2008

 

Stelt u zich eens het volgende voor. U woont in een straat die in de donkere dagen rond de Kerst 24 uur per dag hel verlicht is: iedere boom en heester topzwaar van de lampjes, een net van lichtslingers over de straat en schuddebuikende Kerstmannen in zowat ieder vensterraam. Uw buren geven hier veel geld aan uit en zijn trots dat de straat ieder jaar de krant haalt en veel kijkers trekt. Soms zijn er zelfs files door alle auto’s die stapvoets door de straat rijden. Zij begrijpen dan ook niet waarom u niet wilt meebetalen. U profiteert toch ook van alle belangstelling en de prachtige versiering?

Voor u ligt dat echter heel anders. U staat bekend als iemand die zich sterk bekommert om het milieu en wilt dat graag zo houden. Sinds u echter in deze straat woont, moet u steeds opnieuw u aan uw vrienden uitleggen waarom u uw buren toestemming geeft hun lichtslingers via uw tuinhekje aan elkaar te verbinden. U doet dat namelijk om geen spelbreker te willen zijn, hoewel uw buren u daardoor eigenlijk nog meer als een profiteur zien: niet betalen en toch mooie lichtjes in het tuinhek.

Ieder jaar komt de straatoudste langs om namens de verlichte straatgenoten u en de andere “profiteurs” te overtuigen voortaan gewoon mee te betalen. Maar u blijft bij uw standpunt. Tot toenemende ergernis van uw straatgenoten.
Daarom hebben die onlangs een variant op reclamebelasting bedacht om alle weigeraars in de straat toch zover te krijgen: ze gaan de gemeente vragen om een kerstbelasting in te voeren. Iedere bewoner in de straat moet dan een vast bedrag voor kerstverlichting betalen aan de gemeente. Die stopt dat in een pot en geeft dat potje aan de straatoudste. Goed idee?

Nou, nee. Net zoals ik geen voorstander ben van de reclamebelasting waarover afgelopen donderdag in de gemeenteraad een principebesluit is genomen. En niet alleen omdat ik hecht aan het principe van autonomie waar het kan en solidariteit waar het nodig is.
Ik vind dat de ambtelijke capaciteit van de gemeente niet ingezet moet worden voor zaken die burgers onderling met elkaar zouden moeten kunnen regelen en die de gemeente zelf niet als grond voor belastingheffing ziet.
Helemaal in deze tijd, waar de gemeente Wageningen enorm veel geld uitgeeft aan het inhuren van interim medewerkers, voor een deel omdat vaste krachten moeilijk of niet snel genoeg te vinden zijn.

Het argument van de voorstanders kan kloppen dat alleen via reclamebelasting filialen van grootwinkelbedrijven toestemming krijgen om mee te betalen aan lokale activiteiten, maar als dat ertoe leidt dat andere ondernemers een deel van hun autonomie verliezen, dan vind ik dat laatste zwaarder wegen. Juist die eigenzinnige zelfstandige ondernemers maken het winkelen in Wageningen zo kleurrijk en verrassend.


 



Rapportcijfer voor de toekomst?

2 juli 2008

 

Ik woon op een prachtige locatie in Wageningen. Ik geniet er elke dag van en vind het zeker niet vanzelfsprekend om daar te mogen wonen.
Wij Nederlanders hebben natuurlijk altijd wat te klagen, daarvoor hebben we met elkaar zelfs het weerpraatje uitgevonden, maar ik was er toch echt van overtuigd dat mijn medewijkbewoners zich net zo gelukkig prijzen als ik, als het om woongenot en woonomgeving gaat. In rapportcijfers uitgedrukt zeker een 8.

Nee dus, tenminste niet volgens de mensen uit Hamelakker en Veluvia die, net als ik, afgelopen maandag de bijeenkomst bijwoonden over wijkgericht werken. Daar kwam het gemiddelde uit op een 6,7. Okay, het is een voldoende, maar eerlijk gezegd kreeg ik toen toch wel even last van plaatsvervangende schaamte. Zeker toen ik hoorde dat dit rapportcijfer slechts een paar tienden hoger ligt dan in de wijk Centrum, waar mensen, veel meer dan in onze wijk, te maken hebben met geluidsoverlast, vandalisme en kleine woningen.

Uiteraard hebben mensen verschillende behoeften als het om woongenot gaat, maar ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat de overgrote meerderheid van de mensen in onze wijk hier woont vanuit een wens en bijpassende financiële mogelijkheden en niet omdat ze nergens anders terecht kunnen.

Nu kan het natuurlijk ook zijn dat dergelijke bijeenkomsten gemiddeld meer ontevreden dan tevreden mensen trekken, maar dat zou dan ook voor die andere wijk gelden, dus per saldo maakt dat niet het verschil.
Ik vrees dat hier hetzelfde mechanisme optreedt als bij de topinkomens in het bedrijfsleven: je eigen kleine wereldje wordt al snel de norm.

Of zou het zijn dat de aanwezigen hun cijfer niet zozeer hebben gebaseerd op het huidige woongenot maar uitdrukking wilden geven aan hun zorgen over de beoogde ontwikkelingen bij het stadion, Pieter Pauw en het Kopshuis? Dan kan ik het snappen!


 



Ondernemen is ook werk

28 juni 2008

 

Binnen de raadscommissie Samenleving hebben we de afgelopen tijd een begin gemaakt met kaderstelling voor het minimabeleid. Het ging om het verkennen van keuzes die relevant zijn bij die kaderstelling. Het maakt bijvoorbeeld nogal uit hoe breed of hoe smal je het begrip armoede definieert en wie je tot de doelgroep minima rekent.

Een van de andere keuzes ging over de toeleiding naar werk: zet je als gemeente in op het zo snel mogelijk vinden van werk of kies je voor duurzame werkzekerheid. De meeste fracties kozen voor een combinatie: zo snel mogelijk naar duurzaam werk. Vanuit D66 hebben we de nadruk gelegd op het belang van individueel maatwerk. Daarbij hebben we aangegeven dat een keuze voor maatwerk ook consequenties zou moeten hebben voor het type re-integratiebureau(s) waar je als gemeente mee in zee gaat.

Afstand tot de arbeidsmarkt kent namelijk veel verschillende oorzaken. Het maakt voor het vinden van de juiste aanpak verschil uit of je geen werk kan vinden omdat je te weinig of verouderde diploma’s hebt, een tijd ziek bent geweest, of omdat je tot die groep mensen behoort die over een hoge dosis cognitieve intelligentie beschikt maar zich in sociaal opzicht moeilijk kan redden. En ikzelf ben bijvoorbeeld iemand die als ondernemer veel beter uit de verf komt dan als werknemer. Vraag maar aan mijn oude bazen. J

Maatwerk bij arbeidstoeleiding dient naar mijn idee dan ook niet alleen gericht te zijn op het vinden van een betaalde baan. Ook het stimuleren en ondersteunen richting zelfstandig ondernemerschap hoort daarbij.
Maar juist als het om ondernemerschap gaat, bespeur ik vaak een zekere huiver, in de trant van: “ Iemand die niet in staat is om een baan te houden, kan nooit een goede ondernemer zijn.” Dat waag ik te betwijfelen. Al was het maar omdat het omgekeerde ook niet opgaat.



Ra, ra, de raad

20 juni 2008

 

Een tijdje geleden heb ik de volgende oproep geplaatst op www.zoeklamp.nl: “Wie heeft er zin om mij tijdens de volgende gemeenteraadsvergadering gezelschap te houden op de publieke tribune. Koffie/thee is gratis. Later komen of eerder weggaan is geen probleem.”

En zowaar, de volgende keer zag ik een paar nieuwe gezichten.

Helaas voor mij bleken dat medewerkers te zijn van de projectontwikkelaar van het Pieter Pauw terrein, die onder de noemer “Burger aan het woord” de gemeenteraad informeerden over hun plannen.

Gelukkig ben ik niet zo naïef om te verwachten dat mensen massaal op mij zouden afkomen of op de gratis koffie en thee, maar dat er bijna niemand getuige is van wat er in de raad gebeurt, vind ik wel zorgelijk. Temeer omdat de pers niet altijd aanwezig is.

In de plaats waar mijn ouders wonen, worden de raadsvergaderingen sinds jaar en dag via de lokale omroep uitgezonden. En dat is daags na de raadsvergadering duidelijk te merken. Op straat, in de supermarkt en bij de kapper wordt nagepraat over de raadsvergadering.

Verder valt mij daar bij verjaardagen van familie en vrienden op dat mensen het vaak hebben over die partij of dat raadslid, terwijl de niet politiek actieve Wageningers die ik ken, het bijna altijd hebben over “de gemeente”. Dat laatste zou je ook positief kunnen uitleggen, maar ik ben bang dat het toch vooral het bewijs is dat de gemeenteraad van Wageningen erg onzichtbaar en onbekend is.

Daarom ga ik binnenkort ook maar eens contact opnemen met De Stad Wageningen met het voorstel om hun “Raad de plek” te vervangen door de rubriek “Raad de raad”.
Voor de vlaaienliefhebbers onder ons, de oplossing is te vinden via: http://www.wageningen.nl/content.jsp?objectid=24046.


 



Meeliften?

12 juni 2008

 

Bijna twee jaar geleden, zo ongeveer op het ergste dieptepunt van D66, werd ik lid van deze partij.
Als ik dat toen aan mensen in mijn omgeving vertelde, kreeg ik of een meewarige blik of de als opmerking bedoelde vraag: “Bestaat die partij dan nog?”.
Voor mij persoonlijk maakten die reacties niet zoveel uit. Voor mij was het lidmaatschap een logische stap na de beslissing om politiek actief te willen worden.

Omdat ik een eigen bedrijf heb met veelal meerjarige opdrachten duurde het nog een tijdje voordat ik genoeg ruimte in mijn agenda had om mijn besluit in daden om te zetten.
Tegen die tijd was het imago van D66 volledig veranderd. De meewarige blikken hebben plaats gemaakt voor goedkeurende exemplaren en ik mag zowat dagelijks complimenten aan het adres van Alexander Pechtold in ontvangst nemen. Het is duidelijk: D66 telt weer mee. In ieder geval op landelijk niveau. Daar ben ik blij mee. Ik zie het als een teken dat steeds meer mensen genoeg krijgen van betutteling en angsthazerij.

Maar hoe zit het met D66 hier in Wageningen? Mogen wij ons nu ook rijk rekenen?
Ik vind van niet. Dat landelijke trends zich ook lokaal vertalen is logisch, maar achteroverleunend meeliften op landelijk succes is dat niet. Hooguit een extra stimulans om ons sterk te blijven maken voor een tolerant, groen, gezond en sociaal Wageningen.



print pagina Mail een vriend

Inhoudsopgave


Agenda

Fractievergadering

6-9-201020.00 uur Stadhuis
Lees meer

Politieke Arena: De Staat van de Stad

8-9-2010Politieke Arena: De Staat van de Stad op 8 september 2010. De politieke arena wordt gehouden in Musis Sacrum te Arnhem...
Lees meer

Debat leefbaarheid Gelderse Steden, Provincie Gelderland

8-9-2010Provincie Gelderland nodigt je uit voor het debat over de leefbaarheid in de Gelderse Steden aan de hand van de uitkomst...
Lees meer

Raadscommissie Stad en commissie Samenleving

13-9-201020.00 uur Stadhuis.De agendacommissie heeft op 31 augustus 2010 besloten om de voor september geplande vergaderingen van...
Lees meer
RSS
 

online netwerken

Lokaal




Landelijk